Onglet met board sauce
Longhaas snel boven hoog vuur gegrild en op een snijplank vol kruiden, knoflook en olijfolie gesneden.
67 gepubliceerde recepten, geordend op de temperatuur waarop ze gaan.
67 recepten
Longhaas snel boven hoog vuur gegrild en op een snijplank vol kruiden, knoflook en olijfolie gesneden.
Runderwangen eerst een uur in de rook, daarna uren zacht gesmoord in donker bier tot ze uit elkaar vallen.
Kort en heet gegrilde flanksteak uit een sojamarinade, haaks op de draad gesneden voor maximale malsheid.
Dikke ribsteak met bot, rustig indirect gegaard en kort gegrild, afgewerkt met smeltende kruidenboter.
Ruggengraat eruit en de kip plat op het rooster: zo gaart borst- en dijvlees ongeveer even snel, in ruim een uur op 190 graden. Meet in de dij, niet in de borst — de dij is als laatste klaar.
Lamsrack in koteletten gesneden, kort en heet gegrild tot 56 graden kern. De muntolie maak je terwijl de kamado op temperatuur komt — verse munt, geen muntsaus uit een potje.
Kleine stukken kippendij aan spiesjes, direct boven de kolen, en pas in de laatste minuten gelakt met tare. Eerder lakken betekent verbrande suiker; later betekent geen glans.
Dunne burgers die je keihard plat drukt op een gloeiende plancha, met een randje krokante korst.
Bavette is grofdradig, goedkoop en bijzonder smaakvol, maar vergeeft één ding niet: verkeerd snijden. Dwars op de draad, anders kauw je erop. Vier minuten boven volle hitte en hij is klaar.
Een dikke ribeye aan het bot, rustig naar kern gebracht en daarna kort keihard dichtgeschroeid.
Heel staartstuk rustig indirect op temperatuur brengen en daarna keihard afgrillen voor een knapperig vetdeksel.
Zeven dagen droogzouten in de koelkast, daarna vier uur op 100 graden. Wat je eruit snijdt is bacon zoals bacon hoort te smaken. Gebruik nitrietpekelzout: het houdt de kleur roze en doet het werk waar gewoon zout te kort schiet.
Een lamsschouder met bot op 120 graden, tot het vlees zich met een lepel van het bot laat duwen. Rozemarijn, knoflook en ansjovis in de insnijdingen; die ansjovis proef je niet terug, hij maakt het lam alleen voller.
Een nacht in de pekel, daarna langzaam gerookt met alleen zout en peper: mals, rokerig en verrassend simpel.
Het snelle broertje van pulled pork: in ruim drie uur klaar, en dijvlees droogt niet uit zoals filet dat doet. Boven 90 graden kern valt het bindweefsel uiteen en trek je de dijen met twee vorken uit elkaar.
Dikke runderribben op hickory, alleen peper en zout, gegaard tot ze als boter aanvoelen.
Het examenstuk van de low & slow. Reken op anderhalf uur per kilo op 115 graden, wrap in slagerspapier zodra de bark goed staat, en laat hem daarna minstens twee uur rusten. Die rust is geen bijzaak maar de helft van het werk.
Zes uur ribs in drie fases: roken, stomen in folie en aflakken tot een kleverige glans.
Procureur van tien uur die je met twee vorken uit elkaar trekt, met appelsap en bark erdoor.